Er zijn van die momenten waarop alles gewoon… zwaar voelt.
Niet per se iets groots wat misgaat.
Maar meer dat onderliggende gevoel.
Dat het allemaal tegelijk komt.
Werk.
Dingen in je hoofd.
Twijfel.
Gewoon even niet weten waar je staat.
En dan komt die gedachte.
Misschien herken je hem wel: Ben ik hier eigenlijk wel klaar voor?
Het gekke is… dat gevoel is niet nieuw.
“Nog voordat ik je maakte in de buik van je moeder, kende ik je al.”
— Jeremia 1:5
Dat betekent dus dat je niet “later pas” gezien werd.
Niet toen je het eindelijk goed deed.
Niet toen je alles op orde had.
Maar al daarvoor.
En toch — zelfs Jeremia twijfelde.
Toen hij hoorde wat hij moest doen, zei hij:
“Heer, dat kan ik helemaal niet! Ik ben veel te jong!”
— Jeremia 1:6
En eerlijk?
Dat voelt best herkenbaar.
Niet letterlijk misschien,
maar wel dat idee van:
ik ben er nog niet
ik weet het nog niet
misschien later
Maar het antwoord dat hij krijgt is eigenlijk heel simpel.
“Wees voor niemand bang, want Ik ben met je. Ik zal je redden.”
— Jeremia 1:8
Niet: je moet het zelf fixen.
Niet: zorg dat je eerst beter wordt.
Gewoon: Ik ben met je.
En misschien is dat wel precies wat we vaak vergeten.
Dat we denken dat we eerst alles op orde moeten hebben,
voordat we ergens mogen staan.
Maar zo werkt het niet.
Je gaat nog steeds twijfelen.
Je gaat nog steeds dagen hebben waarop het minder voelt.
Maar dat verandert niet waar je op gebouwd bent.
En misschien is dat ook waar het om draait.
Niet dat alles goed voelt,
maar dat je weet waar je op terugvalt.
Dat je keuzes maakt die niet alleen uit het moment komen.
Maar uit iets dat dieper ligt.
Wat je draagt kan daar ook een rol in spelen.
Niet omdat kleding bepaalt wie je bent,
maar omdat het je soms even kan herinneren.
Aan waar je staat.
Aan wat vaststaat.
Dat is ook hoe wij ernaar kijken.
Niet zomaar kleding,
maar iets dat je meeneemt in je dagelijks leven.
Op goede dagen.
En juist ook op de dagen dat het minder voelt.
Je hoeft het niet allemaal zelf te dragen.
Je staat er niet alleen voor.